Door Michaël Prazan en Gaston Crémieux

Guerre de Gaza, “Génocide”, l’accusation rituelle Franc-Tireur #120, 28 februari 2024

Van de Berlinale tot aan Lula, van extreem links tot extreem rechts en de islamisten, het is een steeds weer terugkerende beschuldiging … maar eentje die niet strookt met de verdragen, noch met de intentionaliteit achter de tragedie die zich in Gaza ontvouwt. Deze ongegronde beschuldiging heeft niet gewacht tot de berichten over burgerslachtoffers in het conflict tegen Hamas begonnen te circuleren. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn Joden en Israël al regelmatig beschuldigd van genocide. Een beschuldigende omkering vol met insinuaties. Waar komt het vandaan? Wie gebruikt het? En met welk doel?

Het is geen oorlog, het is genocide. Wat er in de Gazastrook met het Palestijnse volk gebeurt, is op geen enkel ander moment in de geschiedenis gebeurd. In feite is het al gebeurd: toen Hitler besloot om de Joden te vermoorden”. Deze schandalige uitspraak kwam niet van een obscure activist, maar van de Braziliaanse president Lula, die op dit moment de leiding heeft over de G20. Toch heeft het Internationaal Gerechtshof (ICJ) de bewering van Zuid-Afrika verworpen dat Israël een “genocide” pleegt in Gaza. Het gerechtelijk orgaan van de VN beperkte zich tot een herinnering aan het verdrag en een formele waarschuwing aan het adres van de Joodse staat. Een verduidelijking die de beschuldigingen van genocide of etnische zuivering tegen Israël, nauwelijks een week na 7 oktober geuit door de VN-vertegenwoordiger voor de bezette gebieden, Francesca Albanese, niet tot zwijgen heeft gebracht. Deze beschuldigingen zijn sindsdien overgenomen door een wereldwijde desinformatiecampagne, variërend van Palestijnse NGO’s tot de mainstream Russische media, via de Colombiaanse en Boliviaanse regeringen die Lula steunen en een paar hippe filmmakers.

In Frankrijk fungeren de politieke extremen als een klankbord. Uiterst rechts met Vichy-bewonderaar Yvan Benedetti en uiterst links met Jean-Luc Mélenchon die het heeft over “een massamoord” en “een genocide“, of Mathilde Panot die de “eerste genocide van de 21e eeuw” betreurt. Vergeet Darfur, de Yezidi’s en de Oeigoeren, en bovenal het fatsoen en de verdragen. Welkom in de wereld van de overdrijving … Want hoewel het heel goed mogelijk is om de gewelddadige reactie van Israël op de pogrom van 7 oktober, de intensiteit van zijn bombardementen en het onevenredige aantal burgerslachtoffers veroorzaakt door de strategie om Hamas als menselijke schilden te gebruiken, te veroordelen, is de beschuldiging van “genocide” irrelevant: het is niet alleen een kwestie van het aantal slachtoffers, maar van opzet. Bovendien heeft deze schandelijke beschuldiging een lange en dubieuze geschiedenis.

Laten we teruggaan naar de definitie. Genocide veronderstelt genocidale intentie: de geplande, racistische, weloverwogen en theoretische bedoeling om “een nationale, etnische, raciale of religieuze groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen“. Dit begrip, dat tegenwoordig lukraak wordt gebruikt om oorlogsgerelateerde doden en bombardementen aan te duiden, werd in 1944 bedacht door Rafael Lemkin, een Hongaarse Jood die gespecialiseerd was in internationaal recht.

WE MOETEN TERUG NAAR DE JAREN 1920 OM DEZE OPZETTELIJKE OMKERING TE BEGRIJPEN.

EEN CONCEPT GEBOREN IN NEURENBERG

Het woord zelf werd voor het eerst uitgesproken in een rechtszaal in 1947, bij de opening van het 9e proces van het Neurenberg Tribunaal. Op dat moment stonden de Einsatzgruppen – de “mobiele moordcommando’s van de SS” – terecht. Het was de jonge Amerikaanse aanklager Benjamin Ferencz, Lemkins voormalige assistent aan Harvard, die de term gebruikte. Hij herinnert zich: “Het definieerde precies de misdaden van de Einsatzgruppen, die het bevel hadden gekregen om alle Joden te vermoorden.” Voor de architecten van de internationale rechtspraak was dit een openbaring, omdat het de intentie om uit te roeien op basis van identiteit nauwkeurig identificeerde. Vanaf dat moment zou het misdrijf genocide het onderwerp zijn van specifieke wetgeving. De Genocide Conventie werd in 1948 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, in de nasleep van het Neurenberg Tribunaal. Het is nu door meer dan honderdvijftig staten geratificeerd.

VAN HET DERDE RIJK NAAR HET DERDE WERELDISME

Hoe werd de term genocide, bedacht voor de Shoah, toegepast op Israël? We moeten daarvoor teruggaan naar de jaren 1920 om deze opzettelijke omkering te begrijpen. In die tijd zijn de twee bewegingen die de reactie van de Arabisch-islamitische wereld op de moderniteit vormden, het Arabisch nationalisme en het ontluikende islamisme, allebei virulent antisemitisch. Dit was niet langer het klassieke anti-judaïsme van de moslimwereld, gebaseerd op minachting voor dhimmis. In plaats daarvan was het een afwijzing die werd uitgelokt door de komst van Joden naar Palestina, op de vlucht voor vervolging in Europa en gedreven door het zionistische ideaal van de wederopbouw van een nationaal tehuis.

Deze enclave in Palestina, nog niet eens een staat, was onverdraaglijk voor zowel islamisten als Arabische nationalisten, die theoretiseerden over de liquidatie ervan. Vandaar de flirt van deze bewegingen met het Europese nazisme en zijn genocidale antisemitisme. De grootmoefti van Jeruzalem, de religieuze leider van de Arabieren in Palestina, werkte samen met de nazi’s om “het Joodse huis te elimineren“. De Egyptische Moslim Broederschap gaf Hitlers propaganda door en tientallen ultranationalistische bewegingen in bruinhemden voerden pogroms uit in de meeste Arabische landen. Hitlers nederlaag betekende dat dit discours moest worden aangepast om nog gehoord te kunnen worden.

Dit is een truc die wordt gebruikt door bepaalde Arabische leiders, zoals Fayez Sayegh, een prominent lid van de Syrische Socialistische Nationalistische Partij. Een Libanese groep die hakenkruizen droeg, naar zijn leider verwees als az-Za’im, de letterlijke vertaling van Führer in het Arabisch, en hoopte op de komst van een Groot Syrië, waar de Joodse aanwezigheid in Palestina tot nul gereduceerd zou worden. In 1946 hekelde Sayegh, in lijn met zijn partij, het zionisme als “een gevaar voor de beschaving en de geest” en de “Joodse visie op de wereld als een erfenis van vernedering, wraak en culturele fossilisatie van het meest primitieve type“.

Een racistisch discours dat ten tijde van de onafhankelijkheidsstrijd een modieuzere wending zou nemen: antikoloniaal. In 1965 was zijn bekendste boek getiteld Zionist Colonialism in  Palestine. Weg was het Hitlerisme waar hij zich op baseerde en het al te uitgesproken antisemitisme, vervangen door een beschuldigende inversie: “Het zionistische concept van de ‘definitieve oplossing’ voor het ‘Arabische probleem’ en het nazi-concept van de ‘definitieve oplossing’ voor het ‘Joodse probleem’ bestaan in wezen uit hetzelfde basisingrediënt: de eliminatie van het ongewenste menselijke element in kwestie“. De vergelijking is er. Maar het komt van een Arabische intellectueel die nostalgisch is naar het nazisme en aanzienlijke invloed heeft. We hebben het over een man die niet alleen diplomaat werd voor de PLO en de Arabische Liga, maar ook professor aan Amerikaanse universiteiten.

Terwijl Hannah Arendt in Eichmann in Jeruzalem opmerkte dat de officiële kranten van de Arabische regimes in de jaren 1960 nog steeds betreurden dat “Hitler de klus niet had geklaard“, bedacht Fayez Sayegh een briljante propagandatruc om dit aanvankelijke fascisme een “linkse” kleur te geven dat in Westerse landen aanvaardbaar was. Naast de nazificatie van Israël voegde de antisemitische strateeg een antikoloniaal argument toe met een grote toekomst op Amerikaanse campussen en bij extreem links internationaal. En hij is niet de enige.

Johann von Leers, een nazi-propagandist, stelde zichzelf in dienst van Nasser. En de Egyptische nationalistische leider ging dezelfde retorische truc gebruiken. Von Leers publiceerde de essays van de nazi-grootmoefti van Jeruzalem, De waarheid over Palestina in het Arabisch en koos ervoor om ze in de Duitse versie De wereldstrijd tegen imperialisme en kolonialisme te noemen, om zo Westers links aan te spreken. Het hele moderne antizionistische discours was er al, en het werkte!

Aan het einde van de Zesdaagse Oorlog, bij de VN, nam de vertegenwoordiger van de USSR de argumenten van Sayegh over en vergeleek Israël met “het Duitsland van Hitler“, waarbij hij een verondersteld beleid van “uitroeiing van de inheemse bevolking” aan de kaak stelde. Binnen de Arabische Liga werd Sayegh de drijvende kracht achter de beroemde VN-resolutie 3379 uit 1975 waarin het zionisme werd gelijkgesteld aan “een vorm van racisme“, “kolonialisme en apartheid“. In dertig jaar hebben de gecombineerde antisemitische neigingen van het Arabisch nationalisme en islamisme hun giftige vruchten afgeworpen. Dankzij deze truc is hun steun voor het nazisme gemaskeerd en zijn de rollen omgedraaid – nu wordt Israël beschuldigd van genocide.

EEN REVISIONIST LEGT DE LINK

De beschuldiging laaide weer op tijdens de Libanonoorlog in 1982. Op een moment dat Israël het grondgebied van zijn buurland was binnengedrongen om een einde te maken aan de raketten die op zijn grondgebied werden afgevuurd en aan de dreiging die uitging van de PLO van Yasser Arafat, die zich in Beiroet verschanste, publiceerde Le Monde een “plakkaat”: een volledige pagina die door de auteurs was gekocht en waarin werd beweerd dat “zionisme” een “racisme” was dat werd gelegitimeerd door “het argument van de Holocaust” en dat Israël een “koloniale” en “terroristische” staat was. Het werd geschreven door filosoof Roger Garaudy.

Nadat hij aan het eind van de jaren ’60 van de radar was verdwenen nadat hij uit de PCF was gezet, heeft de veranderlijke filosoof zich onlangs bekeerd tot de islam en maakt hij een sensationele comeback in het nieuws. De massamoorden in Sabra en Chatila, gepleegd door de christelijke falangisten van Bachir Gemayel in samenwerking met de Israëli’s, hebben internationaal sterke emoties losgemaakt.

Garaudy maakte van de situatie gebruik om Israël te beschuldigen dat het als enige verantwoordelijk was voor deze slachtingen. In het bijzonder, schrijft hij, omdat genocide is vastgelegd in de heilige teksten van het Jodendom: “Het is veelzeggend dat de zionisten niet verwijzen naar de grandioze profetieën van Amos, Ezechiël of Jesaja, die de weg naar het universalisme openden, maar alleen naar de teksten die pleiten voor de verovering van Kanaän en de heilige uitroeiing“. Ritueel antisemitisme vermomd als legitieme antikolonialistische verdediging. Zijn nieuwe fundamentalistische vrienden zijn er dol op.

DE ISLAMISTEN HAPPEN TOE

Sinds de komst van de Islamitische Republiek in Iran in 1979 wordt Israël ervan beschuldigd een criminele staat te zijn, terwijl Ayatollah Khomeini heeft opgeroepen tot de uitroeiing ervan. Gefascineerd door de ideologie van de Egyptische Moslim Broederschap, leende hij van Sayyid Qutb, de theoreticus van de Broederschap van de “gewapende jihad” en de “oorlog tegen de Joden“, het centrale belang van de Palestijnse kwestie, die de ummah – de gemeenschap van moslims – moest samenbrengen. Dit zijn allemaal elementen die natuurlijk terug te vinden zijn in het handvest van Hamas uit 1988, aangezien Hamas een Palestijnse tak van de Moslim Broederschap is die gesteund wordt door Iran. Israël wordt meermaals vergeleken met het Nazi-regime en de meeste andere artikelen zijn gewijd aan de Jihad tegen de Joden. Het verbiedt elk “vredesinitiatief” en bevat, in willekeurige volgorde, de beroemde hadith die verklaart dat als een Jood zich achter een moslim verschuilt, “kom en dood hem“. Dit is een verwijzing naar de Protocollen van de Wijzen van Zion, de antisemitische vervalsing die de matrix vormt van samenzweringstheorieën en onophoudelijke oproepen tot het afslachten van Joden.

Deze cocktail van nazificatie van Israël, veroordeling van het kolonialisme en handhaving van een discours van uitroeiing spreekt net zo goed extreemrechts van de GUD (Groupe Union Défense*) aan als decoloniaal extreemlinks, christenfundamentalisten of islamisten. En ze zijn het er allemaal over eens dankzij een laatste retorisch ingrediënt: Holocaustontkenning, die Israël en de Joden de status van slachtoffers van het nazisme ontzegt (aangezien de Shoah niet echt heeft plaatsgevonden), in tegenstelling tot de rituele misdaden begaan door de Joden, die als genocide worden beschreven.

Deze goocheltruc werd gepopulariseerd door de beroemde Roger Garaudy in een boek getiteld Les Mythes fondateurs de la politique israélienne, gepubliceerd in 1996 door La Vieille Taupe van Pierre Guillaume, de vaste uitgever van Franse holocaustontkenners. Volgens hem kan de definitie van genocide “alleen naar de letter worden toegepast in het geval van Jozua’s verovering van Kanaän. Het woord werd daarom in Neurenberg op een volledig verkeerde manier gebruikt, omdat het niet verwijst naar de vernietiging van een heel volk, zoals het geval was bij de heilige uitroeiingen van de Kanaänieten“. Aan de andere kant, voegt hij eraan toe, is het volkomen gepast om te schrijven dat de Israëli’s een genocide tegen Palestijnen plegen. De Arabische wereld is dolblij.

Terwijl het pamflet van Garaudy in Frankrijk voor de rechter werd gebracht, werd het onmiddellijk toegejuicht in de Arabische pers. Mensen stroomden naar de Internationale Boekenbeurs van Caïro om Garaudy te horen spreken en het boek te laten signeren. Instellingen zoals het dagblad Al-Khaleej in Dubai organiseerden geldinzamelacties ten gunste van hem. De vrouw van de president van de Verenigde Arabische Emiraten tekende een cheque van 50.000 dollar. Youssef al-Qaradawi, de zeer invloedrijke Emir van de Moslim Broederschap, kwam hem verdedigen in virulente televisiepreken die een zeer groot publiek in de Arabische wereld bereikten.

De woorden “genocide” en “apartheid” verspreidden zich over het Midden-Oosten, zowel om Israël te demoniseren als om de Shoah te bagatelliseren. Garaudy werd een ster in Qatar, Egypte, Jordanië, Iran en zelfs in Maleisië. Zozeer zelfs dat toen de tweede Intifada uitbrak in september 2000, Israël, in de Arabische pers systematisch geassocieerd met nazisme, opnieuw werd beschuldigd van het plegen van genocide.

Het hoogtepunt van deze internationale uitbarsting: de conferentie van de ONU tegen racisme, in  Durban, Zuid Afrika, in 2001. Op het Forum van de NGO’s, opgehitst door deze propaganda, beschuldigen 3.000 niet-gouvernementele organisaties Israël van « een racistische staat » te zijn, «schuldig aan het plegen van genocide, oorlogsmisdaden en het plegen van etnische zuiveringsoperaties». Zij eisen de oprichting van een internationaal tribunaal voor “het geheel van misdaden tegen de menselijkheid begaan door Israël“. Een buitengewone echokamer voor de beschuldiging van genocide ondanks de oppositie van het Westen en de secretaris-generaal van de ONU, Kofi Annan. Vanaf dat moment werd de beschuldiging mondiaal verspreid. Tijdens een verblijf in Ramallah, georganiseerd in 2002 door het Parlement van schrijvers, verklaart de Nobelprijswinnaar voor de literatuur José Saramago uit Portugal dat «Ramallah het hedendaagse Auschwitz is. Ik heb in Ramallah de mensheid vernederd en vernietigd gezien zoals in de concentratiekampen van de nazi’s ». De nazificatie van Israël wordt een onveranderlijke variant van radicaal-links in Latijns-Amerika, een foyer van de dekoloniale theorieën, die wordt overgedragen aan het netwerk van pro-Hezbollah en de Libanese-Syrische diaspora, of aan de staat van Venezuela in Chávez. « Denk aan de laatste Israëlische agressie tegen Gaza. Is dit een genocide? » riep de Bolivariaanse president al in 2009.

IN FRANKRIJK WORDEN DE EXTREMEN DE ECHOKAMERS VOOR DIT DISCOURS.

DE STRIJDKREET

Alles is er klaar voor om de zestig jaar oude beschuldiging van genocide in 2024 opnieuw in onze debatten te laten terugkomen, zelfs in de nasleep van de ergste pogrom sinds de Tweede Wereldoorlog, wanneer dezelfde mensen moeite hebben om het bloedbad van 7 oktober als een terroristische aanval te beschrijven. De aanklacht van “genocide” voor het Internationaal Gerechtshof heeft als strijdkreet gediend. Zuid-Afrika, dat zelfgenoegzaam is tegenover de man die verantwoordelijk is voor de genocide in Darfur, Omar al-Bashir, en weigert hem te arresteren om hem voor het Internationaal Strafhof te brengen, heeft alle verwachte steun gekregen: internationaal extreem-links, van Rashida Tlaib in de Verenigde Staten tot La France Insoumise in Frankrijk, het chavistische en peronistische Zuid-Amerika, de islamistische regimes en bewegingen, van de Taliban tot de Moslimbroederschap, de dekolonialisten en hun rijke universiteiten, en natuurlijk Rusland, dat “sympathiseert met de aanpak” en een deel van extreem-rechts wereldwijd met zich meeneemt.

Geconfronteerd met deze stortvloed van kwade trouw, komt de stem van de rede van Julia Sebutinde, een Oegandese rechter bij het Internationaal Gerechtshof, die zich eerder onderscheidde bij het redigeren van anti-apartheidswetten in Namibië. In haar advies twijfelt ze sterk aan de “genocidale bedoelingen” van de Israëlische leiders en hekelt ze de “ideologisering” van de internationale rechtspraak. Maar wat heb je aan rede als de rituele beschuldiging zoveel twijfelachtige geesten goed uitkomt?