Vertaling van Der Talmudjude
Der Talmudjude (Nederlands: De talmoedjood) is een van de meest invloedrijke antisemitische pamfletten van het einde van de negentiende eeuw. Het zal dienen als een pseudo-wetenschappelijke legitimatie voor het reactiveren van de beschuldiging van rituele moord.
Het werk werd voor het eerst in het Duits gepubliceerd in 1871 (Julius Streicher, de uitgever van de nazi-krant Der Stürmer, was er grotendeels door geïnspireerd in zijn propaganda), en werd in 1888 in België in het Frans vertaald en gepubliceerd onder de titel Le Juif talmudiste. Het jaar daarop werd het in Parijs gepubliceerd in de “Antisemitische Bibliotheek”, onder de titel Le Juif selon le Talmud, met een voorwoord van de polemist Edouard Drumont.

Geschreven door de Duitse katholieke kanunnik August Rohling (1839-1931), beweert Der Talmudjude te bewijzen, op basis van fragmenten uit de Talmoed en andere rabbijnse teksten (in werkelijkheid vervalste of puur en simpelweg verzonnen passages), dat het jodendom haat, bedrog en geweld tegen niet-Joden voorschrijft. Bekritiseerd vanaf het moment van publicatie om zijn methode, werd het in 1881 weerlegd door de Duitse theoloog Franz Julius Delitzsch (1813-1890), een christelijke specialist in het Hebreeuws.
Volgens de historicus Léon Poliakov leverde Der Talmudjude de auteur een «leerstoel aan de universiteit van Praag» op. Het werk had dus gezag, zodanig dat ook veel geassimileerde Joden er in gingen geloven, en sommigen zich zelfs bekeerden. Het duurde ongeveer vijftien jaar van polemieken en rechtbankzaken voordat de onjuistheid ervan kon worden vastgesteld en het Vaticaan zich er van distantieerde.
August Rohling stelt een aanklacht op die in eerste instantie bestaat uit het verzamelen van fragmenten uit de Babylonische Talmoed, de Zohar of commentaren van Mozes Maimonides, om deze te presenteren als direct bewijs van een intrinsiek anti-christelijk en «onmenselijk» jodendom.
De wetenschappelijke kritiek toonde al vroeg aan dat Rohling massaal voortborduurde op oudere antisemitische literatuur (met name de oriëntalist Johann Andreas Eisenmenger, Entdecktes Judentum, 1711), terwijl hij de conclusies nog verhardde door vervormingen en verschuivingen in betekenis.
Reeds in 1871 publiceerde rabbijn Theodor Kroner een weerlegging in twee delen waarvan het doel expliciet was: aangeven wat er bij Rohling “vervormd, onwaar of verzonnen” was (Entstelltes, Unwahres und Erfundenes in dem ‘Talmudjuden‘…, 1871). In 1881 publiceerde de luthers-theoloog en hebraïst Franz Delitzsch Rohling’s Talmudjude beleuchtet (vaak genoemd als de invloedrijkste ontmanteling binnen protestants academisch milieu), waarbij hij vervalsingen, verkeerde interpretaties en retorische werkwijzen van Rohling aan de kaak stelde.
In de jaren 1880 beschuldigde de Oostenrijkse rabbijn en parlementslid Joseph Samuel Bloch Rohling van onwetendheid en manipulatie. Rohling diende een lasterzaak in voordat hij zijn klacht introk. De episode wordt emblematisch omdat het centraal staat op de vraag naar Rohlings werkelijke competentie over de teksten die hij beweert te citeren.
Der Talmudjude werd wijdverspreid en voedde massaal het antisemitisme, onder andere via vertalingen en heruitgaven (vooral in de Duitstalige wereld, en daarna daarbuiten), en werd een “bron van citaten” gemobiliseerd door antisemitische activisten. Historische studies over antisemitisme plaatsen het werk in een context waarin de pretentie van eruditie dient als basis voor politieke en religieuze stigmatisering.
In december 2025 liet de Amerikaanse complotinfluencer Candace Owens Rohlings boek zien in een van haar video’s, The Talmudic Jew.

