Door Leonardo Bianchi

 

Vertaling van Come “l’ideologia gender” è diventata l’ossessione degli ultracattolici e del governo Meloni (12 juni 2024)

 

De uitslag van de laatste Europese verkiezingen – gehouden in de 27 lidstaten tussen 6 en 9 juni 2024 – liet overal een vrij sterke opmars van radicaal rechts zien, terwijl in Italië Fratelli d’Italia opnieuw de grootste partij werd met 28,8 procent van de stemmen. Op een persconferentie sprak premier Giorgia Meloni van een “nog mooiere avond dan twee jaar geleden” – die van de algemene verkiezingen – en zei ze “trots te zijn dat deze natie zich presenteert bij de G7, in Europa, met de sterkste regering van allemaal”.

Het resultaat van Fratelli d’Italia, en van de rechtse coalitie in het algemeen, werd ook toegejuicht door de Italiaanse ultra-katholieken. Jacopo Coghe, woordvoerder van de vereniging Pro Vita & Famiglia, schreef op X dat “steeds meer burgers het relativistische ideologische beleid beu zijn en vragen om een terugkeer naar de gedeelde fundamentele waarden van onze beschaving“. In dezelfde tweet wees Coghe erop dat er in het komende Europarlement “tussen de 18 en 21” ondertekenaars van het “Manifesto di Pro Vita & Famiglia” zitting zullen nemen, een intentieverklaring waar meer dan 50 kandidaten uit de gelederen van rechtse partijen zich bij hebben aangesloten.

De tekst bevat zes programmatische punten: de volledige ontkenning van het recht op abortus; steun voor het gezin, uitsluitend begrepen als de “verbintenis tussen een man en een vrouw op basis van het huwelijk“; verzet tegen de “praktijk van de baarmoeder te huur” (een denigrerende term voor draagmoederschap); verzet “tegengroen beleid’ gebaseerd op ideologisch misantroop en anti-natalistisch ecologisch denken“; verzet tegen de “hyper-seksualisering en hyper-digitalisering van minderjarigen“; en tot slot de strijd tegen de “genderideologie en de LGBTQIA+ Agenda“.

Het zal niemand verbazen dat de meeste ondertekenaars lid van Fratelli d’Italia zijn: het ‘Manifest‘ van ProVita & Famiglia komt perfect overeen met het beleid van de regering-Meloni op het gebied van burgerrechten, seksuele rechten en reproductieve rechten. Tijdens haar slotbijeenkomst in Rome voor de Europese verkiezingen verwees de premier zelf naar een vermeende “genderindoctrinatie” die door “Europa” op Italiaanse scholen zou worden gepromoot.

Afgelopen mei, tijdens een conferentie georganiseerd in Madrid door de Spaanse extreemrechtse partij Vox, had Meloni iets soortgelijks gezegd: “We zullen ons verzetten tegen degenen die het gezin als pijler van onze samenleving in twijfel willen trekken en degenen die de gendertheorie op scholen willen invoeren“. En eerder al had de leider van Fratelli d’Italia in een interview dat in maart 2023 in het weekblad Grazia werd gepubliceerd uitgelegd dat “vrouwen de eerste slachtoffers zijn van de genderideologie“, omdat “het vandaag de dag voldoende is om jezelf als vrouw uit te roepen, terwijl er wordt gewerkt aan het uitwissen van het lichaam, de essentie, het verschil“.

Behalve Meloni hebben in de afgelopen jaren verschillende leden van de huidige regeringsmeerderheid hun stem verheven tegen de fictieve “genderindoctrinatie van kinderen” door middel van de Zan ddl tegen homolesbobitransfobie, uniseks poppen, Disney films en zelfs Peppa Pig – allemaal zonder onderscheid beschouwd als gevaarlijke uitingen van de “genderideologie”.

En de lijst kan nog wel even worden uitgebreid, want de boeman van de “genderideologie” maakt volledig deel uit van het propaganda-arsenaal van rechtse, ultrakatholieke bewegingen en zelfs van de kerkelijke hiërarchie – van paus Franciscus naar de lagere echelons.

Maar wanneer is deze uitdrukking, die altijd al lijkt te hebben bestaan, ontstaan? Waarom heeft het zich zo verspreid? En wat zijn de doelgroepen?

 

Van het Vaticaan tot Family Day: de oorsprong van “genderideologie

 

Zoals verschillende essays hebben gereconstrueerd – waaronder L’ideologia gender è pericolosa van Laura Schettini, La crociata “anti-gender” van Sara Garbagnoli en Massimo Prearo, en L’ipotesi neocattolica ook van de laatstgenoemde auteur – de formule “genderideologie” (of als alternatief “gendertheorie”) werd letterlijk geconstrueerd door het Vaticaan rond het midden van de jaren negentig.

De categorie “gender” begon inderdaad bekritiseerd te worden op twee VN-conferenties: de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling in Caïro in 1994 en de Wereldvrouwenconferentie in Peking in 1995.

Beide conferenties werden bijgewoond door afgevaardigden van het Vaticaan en door anti-abortusactivisten. Onder hen Dale O’Leary, een ultra-katholieke militant die dicht bij Opus Dei staat en exponent is van enkele verenigingen die de zogenaamde “reparatieve therapieën” promoten, d.w.z. pseudo-wetenschappelijke en soms religieuze praktijken – variërend van isolatie, elektroshocks en het toedienen van psychotrope drugs tot groepsbijeenkomsten en exorcismen – die schade en lijden kunnen toebrengen aan degenen die ze ondergaan en die nog steeds legaal zijn in Italië.

O’Leary is de auteur van een pamflet van 30 pagina’s getiteld Gender, The Deconstruction of Women dat ze verspreidt in Peking. De tekst is een vernietigende aanval op wat de katholieke activiste “genderfeministen” noemt, die volgens haar “de menselijke natuur willen afschaffen” door de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen te ontkennen.

Na de conferentie in Peking kwam het pamflet onder de aandacht van Joseph Ratzinger, destijds prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, die zeer ontvankelijk was voor het onderwerp. En zo publiceerde het Vaticaan in 2003 het Lexicon – een glossarium van termen die te maken hebben met seksualiteit, gezin en gender waarin voor het eerst de contouren van de “genderideologie” werden getekend.

Het resultaat, schrijft wetenschapper Sara Garbagnoli, is een “seksistisch, anti-feministisch en homotransformistisch discours” dat feministische en queer theorieën die “vormen van naturalisering van seksuele normen” bestuderen, verkeerd voorstelt en demoniseert, en ook als doel heeft om de “juridische en politieke claims van feministische en LGBTQIA+ bewegingen” in diskrediet te brengen.

In feite – legt Massimo Prearo, onderzoeker politieke wetenschappen aan de Universiteit van Verona, uit aan Facta – beschouwt het Vaticaan “genderideologie” als een aanval op de ”natuurwetten” die mannelijkheid en vrouwelijkheid, genderidentiteit, relaties tussen mannen en vrouwen en alles wat daaruit voortvloeit, structureren.

Aan het begin van de jaren 2010 deed de term zijn intrede in het publieke debat in Frankrijk naar aanleiding van de goedkeuring van de wet op het huwelijk voor allen (goedgekeurd in 2013), en vervolgens in Italië met het wetsvoorstel tegen homo-, lesbi- en transfobie dat in 2013 werd ingediend door de toenmalige afgevaardigde van de Partito Democratico, Ivan Scalfarotto.

Uit deze eerste mobilisaties ontstond een samengestelde “anti-genderbeweging” die oude anti-abortusgroepen, nieuwe katholieke formaties (zoals de Sentinelle in Piedi, het Comitato Difendiamo i Nostri Figli en het eerder genoemde Pro Vita & Famiglia) en extreemrechtse partijen zoals Forza Nuova in zich verenigde.

De hoogtepunten van deze “neokatholieke” golf (zoals Prearo het definieert) zijn ongetwijfeld de twee bijeenkomsten van de Family Day die in 2015 en 2016 in Rome zijn gehouden – waar onder andere de “genderideologie” wordt gedefinieerd als een “satanische theorie” en een beschavingsvernietigende ideologie die met alle middelen moet worden bestreden – en het Wereldcongres van Families dat in 2019 in Verona wordt gehouden.

Genderideologie’ als nieuwe kruistocht voor neokatholieken en extreemrechts

 

Over het algemeen neemt het verzet tegen de “genderideologie” vooral paranoïde en samenzweerderige vormen aan.

In deze constructie,” vertelt Prearo aan Facta, “is er het idee dat er economische en financiële machten achter zitten, het farmaceutische imperium, machtige lobby’s die samenzweren over de rug van regeringen en ‘normale’ mensen om het ‘enige juiste idee’ op te leggen, censuur en het ontnemen van middelen die zouden worden afgeleid naar de belangen van de lobby’s, en dus weggenomen van de werkende klassen.”

Het complotelement gaat hand in hand met het desinformatieelement. De uitdrukking, zo vervolgt de onderzoeker, “reduceert complexe, meervoudige en pluralistische theorieën tot een minimum en verraadt hun betekenis volledig“.

In feite verwijst “anti-gender” retoriek vaak naar een almachtige “homolobby” (of “Gaystapo”) die in de schaduw samenzweert om het “natuurlijke gezin” te ondermijnen, de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen te ontkennen, de weg vrij te maken voor extreme seksuele praktijken, pedofilie te legaliseren en jongens en meisjes te indoctrineren om ze homo – of, erger nog, transgender – te maken.

Maar bovenal, zegt Prearo, is “genderideologie” een “mobiliserend discours“: dat wil zeggen, een “reeks discoursen die dienen om groepen en partijen te mobiliseren“. Het is kortom een nieuwe morele kruistocht en politiek uiterst bruikbaar. Het niet aflatende werk van onderaf van de “anti-gender” bewegingen heeft daarom volgens de onderzoeker “de instrumenten gecreëerd om van de strijd tegen de genderideologie een politiek programma te maken“.

In de afgelopen jaren hebben rechtse partijen – vooral de Lega en Fratelli d’Italia – “het eisenpakket van de neokatholieke bewegingen opgepakt en geïntegreerd in hun politieke aanbod, aangezien de strijd tegen de genderideologie nauw aansluit bij hun wereldbeeld“.

Deze convergentie heeft haar “hoogste en meest volledige uitdrukking” gevonden in de regering Meloni, die verschillende persoonlijkheden uit “anti-gender” kringen heeft opgenomen.

In april 2023 bijvoorbeeld werd Massimo Gandolfini – voorzitter van de vereniging die de eerder genoemde familiedag organiseerde – benoemd tot adviseur van het departement voor drugsbestrijding. Vóór hem werd Alfredo Mantovano – een vooraanstaand exponent van de vereniging Alleanza Cattolica en oprichter van het Centro Studi Livatino, een netwerk van conservatieve katholieke juristen – benoemd tot ondersecretaris van het voorzitterschap van de Raad van Ministers. En de benoeming van Eugenia Roccella, anti-abortus activiste en voormalig woordvoerster van de eerste familiedag georganiseerd in 2007, als minister voor het gezin past ook in dit kielzog: voor haar zou “genderideologie” een “nieuwe vorm van het patriarchaat” zijn.

In een tijdsbestek van amper tien jaar, zo stelt Prearo, is de “genderideologie” uitgegroeid van een “ultra-katholieke spookbeeld” tot een volwaardig “overheidsprogramma“. En naar alle waarschijnlijkheid zal het “niet gemakkelijk haar dynamiek verliezen“, niet in het minst omdat de kwesties van homo-ouderschap, genderidentiteit, homolesbobitransfobie en de emancipatie van transgenders nog lang niet zijn opgelost in Italië. Integendeel: de “strijd over deze kwesties die het leven van mensen beïnvloeden“, legt de onderzoeker uit, “is opener dan ooit“.

(17 juni 2024)