Door Luigi Corvaglia

Oorspronkelijk artikel: Jeux d’esprit et “écoblanchiment” : Les arguments fallacieux des apologistes des sectes(22 juni 2024)

Engelse versie: Mind games and “greenwashing”: The argumentative fallacies of cult apologists

Spaanse versie: Juegos mentales y “greenwashing”. Las falacias argumentativas de los apologistas de sectas

  1. Het schele scherpschutter-paradigma

Er bestaan twee manieren om de roos te raken. De eerste is om zorgvuldig te mikken en de cirkel te raken die het dichtst bij de roos zit. De andere is om willekeurig te schieten en de cirkel rond het gemaakte gat te trekken. Dit tweede systeem is effectiever, maar alleen als niemand je het ziet doen. Een groep sociologen die de wetenschappelijke studie van “nieuwe religieuze bewegingen” heeft gemonopoliseerd, is een goed voorbeeld van dit tweede type schutters. Deze auteurs, betrokken bij het Centro Studi Nuove Religioni (CESNUR) in Turijn, Italië, brengen in een soort cross peer review in honderden elkaar onderling bevestigende artikelen één simpele stelling naar voren, namelijk dat mind control een mythe zou zijn. Hieruit volgt dat het idee dat er “sektes” bestaan die hun volgelingen misbruiken niets meer is dan een “morele paniek” die gecreëerd wordt door een schimmige anti-sekte beweging “zonder enige wetenschappelijke geloofwaardigheid“. Kortom, mensen sluiten zich uit eigen vrije wil aan bij destructieve sektes, na een rationele afweging, en blijven daar.

Deze beschrijving van zaken gaat echter volledig voorbij aan de enorme hoeveelheid experimenteel-psychologische, neuropsychologische en sociaalpsychologische studies over manipulatie en sociale beïnvloeding. In feite is het al decennia duidelijk dat individuele en collectieve beslissingen niet altijd rationeel zijn en dat de menselijke geest gevoelig is voor suggestie en systematische denkfouten die kunnen worden uitgebuit door degenen die hen willen manipuleren (Tversky & Kahneman, 1979; Cacioppo & Petry, 1984; Damasio, 1984; Zimbardo, 2002; Budzynska & Weger, 2011). Er is zelfs iemand die een Nobelprijs heeft gewonnen voor zijn onderzoek naar de manipuleerbaarheid van het brein: Daniel Kahneman. Sociale beïnvloeding en de kracht van de zelfperceptie als lid van een groep (zelfcategorisering) bij het nemen van beslissingen zijn algemeen geaccepteerd wetenschappelijk inzichten (Turner, 1987, 1991, Turner & Reynolds, 2012).Het bestaan van overredingstechnieken ligt ten grondslag aan zowel marketing als aan politieke propagandastrategieën (Cialdini, 2017; Sharot, 2018).

Ondanks deze onmiskenbare massa gegevens over overredingskracht, verzameld door disciplines die daadwerkelijk relevant zijn voor dergelijke studies, herhalen de bovengenoemde sociologen in koor dat de “wetenschap” de theorie van “hersenspoeling” heeft verworpen. Welke wetenschap? De hunne, d.w.z. studies gebaseerd op gegevens zoals proselitisme en retentiecijfers in nieuwe religieuze bewegingen. Al deze psychologische en neurobiologische studies tellen voor hen niet mee. Deze benadering lijkt op een groep jongens die weigeren te voetballen en daarom besluiten om een nieuw, kleiner veld af te zetten, om zo de regels van een nieuw spel te definiëren, om zo te bepalen wie wel en wie niet mag spelen en om uiteindelijk te verklaren dat degenen die op traditionele wijze voetballen eigenlijk niet echt voetballen. Het is alsof je de cirkel om het gat heen tekent.

  1. Argumentatieve drogredenen

In dit stadium is het legitiem om je af te vragen welk spelletje deze zogenaamde “sekteapologeten” spelen op hun nieuwe speelveldje. Het antwoord volgt onmiddelijk: voornamelijk door het gebruik te maken van drogredenen. Er zijn drie hoofdargumenten:

1 stroman argument

2 bronbezoedeling

3 petitio principii

  1. a) Het stroman-argument

Het “stroman-argument” is een truc die gebruikt wordt door mensen die een debat willen winnen zonder op de inhoud in te hoeven gaan. Het bestaat uit het toeschrijven van een argument aan de andere partij dat diegene nooit naar voren heeft gebracht. Natuurlijk moet het argument niet alleen onjuist, maar ook overduidelijk absurd, grotesk of belachelijk en dus eenvoudig te weerleggen zijn. In het geval van de apologeten heet de stroman ‘hersenspoeling‘. Net zoals alle psalmen eindigen in glorie, eindigen alle historische reconstructies van het concept hersenspoeling door sekte-apologeten met een citaat uit de oude film The Manchurian Candidate met Frank Sinatra in de hoofdrol. Deze film gaat over een veteraan uit de Koreaanse oorlog die werd geherprogrammeerd tot een door anderen aangestuurde automaat om, in reactie op een bepaalde trigger, de Amerikaanse presidentskandidaat te vermoorden. Deze groteske cinematografische versie van manipulatie dient om de absurditeit van het idee te onderstrepen en zo goeroes, demagogen en sekteleiders te beschermen tegen beschuldigingen dat ze dit in praktijk brengen. Er is maar één probleem met deze redenering: niemand gelooft in het bestaan van deze Manchurian Candidate, niemand heeft ooit de hersenspoelingshypothese ondersteund.

Wat onderzoekers bedoelen met misleidende overreding heeft absoluut niets te maken met de Manchurian Candidate-hypothese. Om het verschil tussen misbruik en Hollywood beter te begrijpen, is het nuttig om een boek van de Japanse schrijver Haruki Murakami te lezen. In zijn boek Underground (1997) vertelt hij over de aanval met sarin-gas in de metro van Tokio in 1995, waarbij dertien mensen omkwamen en 6.000 mensen vergiftigd werden. Murakami schrijft dat de volgelingen van de religieuze sekte die bekend staat als Aum Shinrikyo (Hoogste Waarheid) en die de aanval uitvoerden “geen passieve slachtoffers waren, maar actief probeerden gedomineerd te worden“. Hij beschrijft hoe de meeste leden van Aum Shinrikyoal hun kostbare persoonlijke rijkdom aan eigenwaarde” deponeerden in de “spirituele bank” van de leider van de sekte, Shoko Asahara. Hun doel was om zich te onderwerpen aan een hogere autoriteit, aan de visie op de werkelijkheid van iemand anders.

Wat een destructieve en totalitaire groep kenmerkt is de vooropgezette constructie van een traject dat deze vlucht uit de vrijheid selecteert, ondersteunt en versterkt door langzame en geleidelijke stappen, inspelend op gevoelens van schuld en schaamte. Het is misschien geen ‘hersenspoeling‘, maar het is duidelijk manipulatie, misbruik en gericht op uitbuiting. We hebben het hier over mechanismen die bekend zijn in de neurowetenschappen, de sociale psychologie, de “gedragseconomie” van Kahneman – die een Nobelprijs won voor het onthullen van de systematische denkfouten (biases) en irrationele heuristieken van onze hersenen die door marketing en propaganda worden gebruikt – en de cognitieve linguïstiek van Lakoff (2004), die de nadruk legt op de persuasieve aard van taal. Hij legt uit hoe het gebruik van specifieke termen conceptuele kaders activeert die de perceptie van de luisteraar sturen.Om dit te ontkennen moet je ofwel heel onwetend ofwel te kwader trouw zijn.

Een grote fout in de discussie over dit onderwerp is het definiëren van manipulatie als een construct dat louter bestaat uit één enkele dimensie. Als er maar één vorm van manipulatie is, zal het voor iemand altijd geoorloofd zijn (“we overtuigen allemaal en worden allemaal overtuigd“) terwijl het voor anderen soms kwaadaardig kan zijn. Maar ze weten niet waar ze de grens moeten trekken om het te kunnen scheiden van legitieme overreding. Daarom is het nodig om een dimensie te introduceren die vaak wordt genegeerd: de intentie van de manipulator, oftewel de dimensie van het eigenbelang. Dit is een dimensie die we kunnen definiëren op een as waarvan de twee polen egoïsme (het eigen belang) en altruïsme (andermans belang) zijn. De introductie van deze nieuwe dimensie vergroot het scala aan connotaties en expressieve typologieën van overreding. Deze kunnen in de ruimte worden gereproduceerd door twee assen te kruisen volgens de traditie van circumplex-modellen die in de psychologie worden gebruikt (fig. 1).

Circumplex model van Undue Persuasion (Corvaglia 2019)

Hieruit kunnen nu twee zaken worden afgeleid:

1- Het eerste is dat de nadruk niet dient te liggen op hersenspoeling met behulp van specifieke methoden, maar op overreding met uitbuiting als doel. Dat is manipulatie. De nadruk moet liggen op het “waarom“, niet op het “hoe“.

2- Het tweede dat gemakkelijk kan worden afgeleid uit het diagram dat ik heb gepresenteerd, is dat het idee dat wetenschappers die kritisch staan tegenover sektarische bewegingen elke vorm van overreding zouden willen verbieden, onjuist is omdat slechts één van de kwadranten het gebied van mind control vertegenwoordigt. Dit is in feite weer een stroman-argument.

  1. b) De bronbezoedeling

De uitdrukking “de bron bezoedelen” wordt gebruikt om een argument te kenschetsen dat bestaat uit het bij voorbaat diskwalificeren van uitspraken van de opponent door twijfel te zaaien over de geloofwaardigheid of de goede trouw. Op deze manier kan alles wat iemand zegt worden genegeerd en als vals of irrelevant worden beschouwd. Ze kunnen dan zeggen: “omdat je een slecht persoon bent, verdient wat je zegt het niet om zelfs maar in overweging te worden genomen“. De voortdurende belastering van activisten, academici en verenigingen die zich bezig houden met de studie van totalitaire groepen is zeker niet bedoeld om hun argumenten te weerleggen, maar om hun geloofwaardigheid in twijfel te trekken. Sterker nog, activisten die zich verzetten tegen bepaalde activiteiten van sektes worden bestempeld als onwetenschappelijk (vanwege de mythe van hersenspoeling), illiberaal (omdat ze vijandig staan tegenover “vrijheid van godsdienst“), of zelfs als medeplichtig aan despotisme. Dus alles wat de “anti-sekte beweging” zegt is per definitie ongegrond.

Massimo Introvigne toont een dia “Anti-Cultism and the War in Ukraine” met een leuke foto van de auteur van dit artikel.

  1. c) Petitio principii (of “cirkelredenering”)

De meest geraffineerde techniek, die zelfs als een authentieke mindgame kan worden beschouwd, is de “cirkelredenering” (petitio principii). Dit is een drogreden waarbij de premissen al de conclusie bevatten dat de bewering waar is. Met andere woorden, de conclusie wordt al als vanzelfsprekend aangenomen in de premissen.

Massimo Introvigne (1993) geeft ons hier een prachtig voorbeeld van. Hij heeft de meest ingenieuze manier gevonden om het concept naar voren te brengen dat anti-sekteleden geloven in een niet-wetenschappelijk fenomeen met zijn opdeling in een seculiere anti-sektebeweging en een religieuze contrasektebeweging. Hij combineert de “seculier-religieuze” verdeling met een verdeling in “rationalistische” en “post-rationalistische” bewegingen. De rationalisten zijn volgens de auteur degenen die geloven dat “sekten” hun volgelingen aantrekken met behulp van fraude en misleiding. Misleiding is niet bovennatuurlijk, dus is het rationeel. Bijgevolg zullen er zowel rationalistische anti-sekte bewegingen als rationalistische contrasekte bewegingen zijn. Introvigne schrijft:

Anti-cultisten zullen de seculiere kenmerken van de fraude benadrukken (bijv. “nep” wonderen) en contracultisten de religieuze elementen (bijv. “manipulatie” van de Schrift), maar fraude blijft prominent aanwezig.

Bewegingen die bovenmenselijk of bovennatuurlijk ingrijpen voorstellen om het succes van sektes te verklaren, kunnen beter als post-rationalistisch worden omschreven. Post-rationalistische contrasektebewegingen theoretiseren de tussenkomst van Satan. De duivel is de bovennatuurlijke verklaring waar religieuze mensen de voorkeur aan geven. Verwijzend naar de seculiere critici die hij de anti-sekte beweging noemt, schrijft de auteur:

“Voor hun seculiere tegenhangers in de anti-sekte bewegingen hebben sektes inderdaad de bovenmenselijke macht om hun slachtoffers te ‘hersenspoelen’; maar, zoals opgemerkt, verschijnt ‘hersenspoelen’ in sommige anti-sekte theorieën als iets magisch, de moderne versie van het boze oog.”

Schematische weergave van de dubbele verdeling van Massimo Introvigne.

Een buitengewone coup de théâtre! Allereerst krijgen we een vereenvoudigde maar betekenisvolle tweedeling voorgeschoteld. Deze wordt vervolgens gearticuleerd in een verdere onderverdeling die vier hokjes oplevert: twee voor de rationalisten en twee voor de postrationalisten, alsof er twee verdiepingen in een gebouw zijn. De ene verdieping is rationalistisch en de andere postrationalistisch. Op elke verdieping wordt een flat bewoond door religieuze mensen en een andere door secularisten. Introvigne beschrijft de huurders van de eerste verdieping, de rationalisten, als zeer vergelijkbaar omdat ze dezelfde soort verklaringen gebruiken. Ze bevinden zich binnen hetzelfde kader (rationaliteit), maar hij beweert hetzelfde te doen met de huurders op de tweede verdieping, de vermeende postrationalisten, die op geen enkele manier vergelijkbaar zijn. Alleen een zeer laag niveau van kritische waakzaamheid kan deze analogie laten passeren. Een zeer laag niveau van waakzaamheid en een effectief frame, dat van het absurde (“het boze oog“, “postrationalisme“, enz.).

Laten we uit dit frame stappen. Het ingrijpen van Satan is inderdaad een bovennatuurlijk idee, mentale manipulatie is echter een wetenschappelijke theorie. Hoewel het waar is dat geen van beide hypothesen universeel geaccepteerd zijn, is de eerste dat omdat ze niet falsifieerbaar is volgens de definitie van Karl Popper, terwijl de tweede juist onderwerp van debat is omdat ze wel falsifieerbaar is; het is daarom een wetenschappelijke hypothese. Een goed ontworpen frame – zoals George Lakoff ons leert – kan echter een illusie van gelijkenis creëren. Belangrijker is dat de normale logische processen worden omgekeerd in de hier gepresenteerde beschrijving. In plaats van via een reeks opeenvolgende logische stappen tot de conclusie te komen dat de manipulatietheorie irrationeel is, draait het discours het argument gewoon om door deze irrationaliteit als vooronderstelling te poneren! Het resultaat is een tautologie die niets kan bewijzen. “Omdat hersenspoelen niet rationeel is, promoten sekte-apologeten een onwetenschappelijk concept” ….

Leuk geprobeerd, Massimo!

Dit is bij uitstek een “petitio principii“, omdat hetzelfde idee wordt herhaald in zowel de premisse als de conclusie. Suggestieve argumenten kunnen overtuigend zijn en maskeren het feit dat een discutabele bewering als waarheid wordt gepresenteerd.

3 – Van suggestieve argumentatie naar rook en spiegels

De eersten die gebruik maken van systematische denkfouten en manipulatie toepassen, zijn precies deze auteurs.

a) De apologeten van sektes als culturele parasieten

De apologeten en leiders van sektes beroepen zich op de religieuze vrijheid, d.w.z. de principes van de open samenleving die buiten deze sektes gelden. Dezelfde principes die ze dan binnen de sektes ontkennen. Met andere woorden, ze pogen gesloten samenlevingen te verdedigen op basis van uitgangspunten van de open samenleving. Dit noem ik de “paradox van Salvemini*” (vernoemd naar een bekende Italiaanse liberaal). Afgezien van de paradox is het ook een vorm van cultureel parasitisme, omdat men zich bedient van de uitgangspunten van de open samenleving om er gesloten samenlevingen te bevorderen.

b) De apologeten voor sektes als identitaire activisten

Het activisme van deze auteurs en de organisaties die zich op “religieuze vrijheid” beroepen, wordt voorgesteld als een verdediging van rechten, vrijheid, respect voor vrije keuze, kortom, van de democratie. Niets is echter minder waar. Waar democratie universele rechten en respect voor de rechten van minderheden betekent, komt het voorstel van de apologeten juist niet voort uit respect voor de rechten van minderheden, maar doet het sterk denken aan het differentialisme van de identitaire en soevereinistische ideologie, een extreemrechtse ideologie die de verschillen juist instrumentaliseert om zich te verzetten tegen universele rechten. Identitaire activisten en sekteleden beroepen zich op het “recht om anders te zijn“. Hoewel dit schijnbaar een bevestiging van universele rechten en oecumene lijkt te zijn, zijn identitaire activisten vijanden van de open samenleving. Identitaire activisten verdedigen andere gesloten groepen tegen de eisen van de open samenleving zodat die hun eigen groep niet in de weg staat.

Als de westerse burger de praktijk van infibulatie of andere vrouwelijke genitale verminking afschuwelijk vindt en oproept tot afschaffing ervan, dan is dat omdat hij gelooft dat universele rechten een waarde is die voorafgaat aan respect voor een cultuur die vrouwen vernedert en geweld aandoet. De identitaire activist daarentegen gelooft dat de gewoonten en tradities van culturen waar individuele rechten niet gerespecteerd worden, beschermd moeten worden omdat de verdediging van de identiteit voorafgaat aan de verdediging van individuele rechten. Identiteiten zijn superieur aan mensenrechten. Sekte-apologeten gaan op dezelfde manier te werk. De identiteit van de sekte is superieur aan de burgerrechten die daarbuiten bestaan. De roep om verdediging van rechten door sekte-apologeten is daarom een afleidingsmanoeuvre, een rookgordijn.

c) Het laatste rookgordijn

Tot slot kost het een minimale denkinspanning om uit de valstrikken van de argumentatieve drogredenen te ontsnappen om te begrijpen dat Nieuwe Religieuze Bewegingen (een term die ironisch genoeg kan worden beschouwd als de “woke” term voor sekten) duidelijk geen enkel recht hebben om verdedigd te worden in de naam van de gelauwerde liberale principes. Dit omdat in het liberaal-democratische kader godsdienstvrijheid reeds onaantastbaar is. Deze hypocriete verdediging is alleen nuttig voor misbruikende en totalitaire sektes omdat ze opereren binnen een liberaal-democratisch kader dat misbruik en intimidatie juist veroordeelt. Elke andere houding komt neer op het trekken van de cirkel rond het gat.

Bibliografie:

Kahneman, D., & Tversky, A. (1979). Prospect Theory: An Analysis of Decision under Risk. Econometrica, 47(2), 263–291.