“[Alexander Cohen] was niet de enige Joodse anarchist uit het laatste deel der negentiende eeuw. Wij denken aan de beruchte Sam Coltof, aan wiens gevaarlijke en ongure optreden J. Saks het werkwoord ontleende, dat op zich zelf misschien meer zegt dan een gehele biografie: ‘coltoffen’. Hoeveel parlementaire socialisten werden niet ‘gecoltofd’?” (1) Deze volgens Jaap Meijer eens zo beruchte Coltof (1854-1932) is tegenwoordig geheel vergeten, hij komt alleen nog maar voor in een enkele voetnoot. In zijn memoires schrijft Pieter Jelles Troelstra over hem: “Daar was verder een onguur type, Sam Coltof, blinde volgeling van Nieuwenhuis, die een financieele funktie in het bankwezen bekleedde en als zoodanig over zekere autoriteit beschikte. Deze man was een mijner meest geslepen vijanden en speelde in de verschillende intriges tegen mij de hoofdrol.” (2) Troelstra vergist zich, Coltof was sinds 1884 medewerker van De Nederlandsche Financier, Dagelijksche Beurscourant. Daarnaast was hij sinds 1889 actief in de Sociaal-Demokratische Bond, na eerder betrokken te zijn geweest bij de kiesvereniging Amsterdam. Ook Vliegen liet zich negatief uit over Coltof: … In De Jonge Gids schreef Scipio (Herman Heijermans) een vilein ‘silhouet’ van Coltof: “Klein van stuk; met neger-krulhaar; bril vlak tegen de oogen […] Als er van hem iets kan gezegd worden, dan is het dat, wat Carlyle in zijn Sartor Resartus zegt: ‘De man die niet kan lachen, is niet alleen in staat tot het plegen van verraad, list en bedrog, maar zijn gansch leven is reeds verraad of bedrog.’ Wie Samuel W. Coltof kent; wie hem ziet langs de huizen sluipen, zooals een waterrat langs de droge kanten eener stinksloot; wie hem ooit in gezelschap heeft nagegaan, zelfs in den omgang met zijn intiemste vrienden, zal bespeurd hebben, dat zijn gansche leven uit één intriganterij bestaat.” (3)

In 1932 verscheen bij de Roode Bibliotheek een keuze uit het werk van Coltof van Gerhard Rijnders.

“Troelstra en Vliegen zijn verwoede antisemieten. Van Vliegen kan men treffende staaltjes vinden in de Volkstribuun, het blad dat door hem te Maastricht geredigeerd werd. In de laatste jaren hield hij zich wat meer gedekt. Troelstra was nog slimmer. Hij begreep dat de wereld nooit mag begrijpen dat de eerste leider der S.D.A.P. een jodenvijand is.“ (4) Coltof was een actief bestrijder van het antisemitisme zowel binnen als buiten de arbeidersbeweging. Zo was in Recht voor Allen een verslag te lezen van een openbare vergadering van Coltof voor de propagandaclub Centrum over ‘De anti-Semitische Beweging’. “De talrijke opkomst, die alle verwachting te boven ging en geheel uit Joden bestond, bewijst wel dat door aanhoudend propagandeeren, men tot goede resultaten kan komen, en men zelfs de lieden, die men altijd onder de heftigste tegenstanders van het socialisme rangschikte, tot onze beginselen kan doen overhellen.” (5) Het Centrum was in oktober 1892 speciaal in het leven geroepen door A.M. Reens en Willem Speelman om propaganda voor de socialistische beginselen onder het Joodse proletariaat in Amsterdam te maken. Op 17 oktober 1893 sprak Ferdinand Domela Nieuwenhuis in Plancius over ‘Mozes als sociale wetgever’ vanwege het éénjarig bestaan van de propagandaclub. De andere spreker was H. van Kol. (6) Over Mozes schreef Domela Nieuwenhuis later: “Als wij dus van Mozes spreken, dan bedoelen wij de mozaïsche wetgeving en wie deze aandachtig doorleest, staat versteld over de humane geest die erin woont. Zeker mag het verwondering baren, dat terwijl Lycurgus en Solon als wetgevers beroemd zijn geworden, Mozes dit lang niet in dezelfde mate is. Wie kent bv. Mozes als sociale wetgever? En toch als men de wetten van Mozes vergelijkt bij de anderen, dan staan zij ontegenzeggelijk hoger, ja steken zij gunstig af tegenover de meeste hedendaagse wetten. In de verschillende geschiedenisboeken van het socialisme vinden wij de naam van Mozes niet vermeld, terwijl de anderen veelal wel een plaatsje krijgen.”(7)

Toen Zandvoort een ‘jodenbadplaats’ werd genoemd in Recht voor Allen, leverde dat een fel protest op van Sam. W. Coltof. 22.8.1889

De relatie tussen de eerste socialisten en de Joden was niet geheel vrij van spanningen. Traditioneel waren de Joden in Amsterdam zeer gezagsgetrouw en het agiteren tegen troon en religie viel niet goed bij de meeste inwoners van de Jodenbuurt. Vanuit de synagoge werden regelmatig banvloeken uitgesproken tegen het socialisme. Wie als Jood socialist werd, brak vaak met zijn familie en gemeenschap. Toen Henri Polak op een bijeenkomst in Amicitia sprak over ‘Jodendom – Socialisme’ werd hij uitgemaakt voor ‘antisemiet’. In tegenspraak met de uitlatingen van Jan Willem Stutje dat de S.D.B. er niet in slaagde om Joodse arbeiders aan te trekken, schreef de historicus Salvador Bloemgarten: “Ik meen dan ook dat het succes van A.N.D.B. en S.D.A.P. bij de Amsterdamse joodse arbeiders voor een belangrijk deel juist te verklaren is uit de in de periode voorafgaande aan de oprichting van S.D.A.P. en A.N.D.B. onder de Joden gemaakte propaganda voor het socialisme.” (8)

Zoals veel Joodse vrijdenkers was Coltof een felle bestrijder van godsdienst.

“Waardoor ontstaat die haat [antisemitisme]? De kerk alleen doet het niet. Liberalen, sociaal-demokraten en denkelijk ook wel anarchisten zijn er niet vrij van. Integendeel.”(9)

“Van joodsche afkomst, was hij door toedoen van zijn eigen familie in de vreeselijk benarde jaren, die hij had doorge­maakt, grondig antisemiet gewor­den.[…] Maar hij was alleen antisemiet tot op het oogen­blik dat niet-joden de joden aanvielen; want dan verdedigde hij zijn rasge­nooten met warmte en gevoel.” (10)

Advertentie in Recht voor allen, 25 februari 1898.

Coltof moest voor de rechter verschijnen in september 1914.

Mededelingen van de Nederlandse Dagbladpers, 29 september 1914.

H.J. Biederlack, “De veroordeeling van den heer Coltof” (ingezonden), De Telegraaf, 3 december 1914.

Advertentie uit: De Arbeider, socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, 13 januari 1906.

Coltof protesteert tegen het antisemitisme in socialistische kring:

Sam Coltof, “Van hier en daar” in: De Arbeid; weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, 23 december 1911.

Polemiek met Henri Polak over boekhouding van de ANDB:

Henri Polak (H.P.), “Verklaring III” in: Weekblad van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond, 11 oktober 1907.

Sam Coltof (S.W.C.), “Van hier en daar” in: De Arbeid; weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, 19 oktober 1907.

Jaap de Lange (d. L.), “Corruptie in het N.A.S. Erge corruptie in den A.N.D.B.” in: De Toekomst; vrij-socialistisch weekblad voor het Zuiden des lands, 26 oktober 1907.

Joseph Goubitz (1875-1939)
Mijne beschuldigingen tegen den heer H. Polak, voorzitter van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond (Laren 1913)

Franklin Goubitz en Bart Bokhorst, De familie Goubitz.

De volkstribuun (Maastricht), polemiek met W.H. Vliegen.

Agresseur, “Op sociaal gebied” in: De Limburger Koerier, 29 augustus 1895. Coltof word Shammetje Coltof genoemd.

(1) Jaap Meijer, Zij lieten hun sporen achter. Joodse bijdragen tot de Nederlandse beschaving. Utrecht, 1964, p. 171.

(2) Pieter Jelles Troelstra, Gedenkschriften. Deel 2, 1928, p. 47.

(3  Scipio (Herman Heijermans), ‘Silhouetten uit de arbeidersbeweging 2 Samuel W. Coltof’ in: De Jonge Gids, jrg. 2, 1898-1899, 713-4.

(4) Sam Coltof, “Het congres der S.D.A.P.” in: Levensrecht, tweede jaargang (1905/06) p. 341.

(5) Recht voor Allen, orgaan der sociaal-demokratische partij, 24 november 1890.

(6) Recht voor Allen, orgaan der sociaal-demokratische partij, 11 oktober 1893.

(7) Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Geschiedenis van het socialisme. Hoofdstuk 3: Socialisme in Israël (1901).

(8) Salvador Bloemgarten, “De vlegeljaren van de Amsterdamse Joodse socialisten: 1890-1894” in: Achtenzeventigste jaarboek van het genootschap Amstelodanum, 1986, p. 136.

(9) Sam W. Coltof, “Van hier en daar” in: De Arbeid. Weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland. 23 maart 1912.

(10) Christiaan Cornelissen, Memoires

Henri Polak, “Coltof dood” in: Het Volk. Dagblad voor de arbeiderspartij, 2 april 1932.

Sam. W. Coltof, “Zu den Wahlen in Holland” in: Sozialistische Monatshefte (1897) p. 502-505.

Reactie op Wilhelmina Drucker in Friesch Volksblad, 12 oktober 1890.

Rubriek “Van hier en daar” in De Arbeid. Weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland.

Voorwoord bij Ferdinand Domela Nieuwenhuis, “Handboek van den vrijdenker.” (1922)

“ Het anti-semitisme zit even diep als het anti-mohamedisme en het Kristendom tracht zelfs geen verzachting van den Jodenhaat aan te brengen.[…] Wat onder… geestverwanten? Is niet de heftige bestrijding van het zoo veelbespotte “ongeacht” een gevolg van onverdraagzaamheid, zooals het Kristendom die steeds verder tracht te doen doorwerken? De ongehoorde scheiding van Kristenen en niet-Kristenen in het Staatkundig en maatschappelijk leven is toch al erg genoeg. Moet die voortgezet worden door socialisten en anarchisten?”

S.W.C., “Van hier en daar” in De Arbeid. Weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, 9 november 1912.

ACHTUREN-MARS

Wijze : Vooruit !

Acht uur ! zo klinkt door alle landen,
Acht uur zij onze arbeidstijd
Acht uur aan d’arbeid onzer handen
En ook van onze geest gewijd.
Wij willen flink en krachtig werken,
Maar ’t lichaam geven zijne eis!
Wij willen maag en geest versterken,
En vrijheid – zelfs tot elke prijs.

Acht uur! Acht uur!
Geen langer arbeidsduur!
Ten strijd! Komt allen op ten strijd!
Ten strijd voor acht uur arbeidstijd.

De vrees is om het hart geslagen
Van vorst en heer en burgerman,
Maar wij, wij zullen niet versagen
Doch strijden tot de laatste man.
Wij kampen voor ’t geluk van allen,
Het recht is steeds aan onze zij,
Onz’ eisen laten wij niet vallen,
Doch vordren frank en fier en vrij :

Acht uur ! Acht uur !
Geen langer arbeidsduur !
Ten strijd ! Komt allen op ten strijd !
Ten strijd voor acht uur arbeidstijd.

Komt allen in ’t gelid getreden,
Marcheren wij nu onvermoeid,
Wij hebben lang genoeg gebeden,
’t Geloof is in ons hart verschroeid.
Wij weten, niets te kunnen hopen
Van hen, die machtig zijn op aard’,
Doch zullen thans hun sterkte slopen,
En eisen krachtig, onvervaard:

Acht uur ! Acht uur !
Geen langer arbeidsduur !
Ten strijd ! Komt allen op ten strijd !
Ten strijd voor acht uur arbeidstijd.

uit ‘Recht voor Allen’ van 24 april 1890

Anonieme auteur “[D]en verrader Dreyfus” in: Sociaal weekblad, jrg 9, 1895, 01-01-1895 (Een semiet over het antisemitisme).

Igor Cornelissen, Sam Coltof (1854-1932) in: De As 206, voorjaar 2020.

Jannes Houkes, Coltof, Samuel Wolf in: BWSA 8 (2001), p. 28-32.

Karin Hofmeester, Joodse arbeiders en hun voorliefde voor de Oranjes.

Karin Hofmeester, ‘Als ik niet voor mijzelf ben…’ De verhouding tussen joodse arbeiders en de arbeidersbeweging in Amsterdam, Londen en Parijs vergeleken, 1870-1914.

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in